Een van de belangrijkste onderdelen van het tekstschrijven is het stellen van vragen. Alleen als je (de juiste) vragen stelt, kom je tot de juiste woorden – en daarmee tot toegankelijke teksten. Vragen stellen dus … en dat is nu net waar veel mensen niet zo goed in zijn.
Toegankelijke tekst bevat echt belangrijke informatie
Mensen hebben namelijk vooral de neiging om véél te vertellen. Sommigen vinden het belangrijk dat zelfs de kleinste details niet worden vergeten, omdat ze anders bang zijn dat de lezer hun verhaal niet begrijpt. Anderen willen vooral niemand voor het hoofd stoten. Dus als ze samenwerken aan een project, dan willen ze dat ook echt iedereen met voor- én achternaam wordt genoemd. En je hebt mensen die gewoon graag aan het woord zijn. Die denken dat hun expertise beter overkomt als ze veel vertellen en dure woorden gebruiken. Tja …
Voor een tekstschrijver is zo'n informatiestroom best een uitdaging. Zeker als er ruimte is voor pak ’m beet 400 woorden. Mijn vraag tijdens een interview is dan meestal iets in de trant van: Is het belangrijk dat de lezer weet dat Klaasje er ook aan mee heeft gewerkt? Of: Welke informatie missen we in het verhaal als we Truus niet noemen? Meestal blijken Klaas en Truus intern van grote waarde, maar voegen ze extern weinig toe. Voor de geïnterviewde voelt het vaak gek om zulke dingen weg te laten, maar uiteindelijk zien ze altijd dat de tekst er sterker van wordt.
Schrijven is de kunst van het weglaten
Zo interviewde ik niet zo lang geleden een beleidsmedewerker voor een artikel in het personeelsblad. Hij wilde vertellen over een nieuw beleidsstuk dat net was vastgesteld. Zijn verhaal begon bij de start – ergens in 2021 – en ging vervolgens langs álle werkgroepen, overleggen en feedbackrondes. Iedereen die ook maar één alinea had meegelezen, wilde hij genoemd hebben. Feitelijk allemaal juist, maar als je als lezer na twee alinea’s nog niet weet wat dat beleid voor jou betekent … dan haak je af.
Ik stelde één simpele vraag: “Wat wil je dat een collega die dit leest, onthoudt?”
Even was het stil. “Dat we meer ruimte geven aan eigen initiatief,” zei hij toen. “Dat we mensen vertrouwen om zelf keuzes te maken.”
Daar zat de kern.
Vanaf dat moment gingen we terug naar die hoofdboodschap. De namen lieten we weg (sorry Klaas, sorry Truus), de werkgroepen verdwenen achter de schermen. In plaats kwamen er vragen als: Wat verandert er? Waarom? Wat betekent dit voor collega’s? Heb je voorbeelden? En waar kunnen mensen terecht als ze meer willen weten?
Het resultaat: een helder, beknopt stuk. Geen chronologie, geen beleidsjargon, maar gewoon: Dit is wat er gebeurt, daarom doen we het, en dit is wat het voor jou betekent. De beleidsmedewerker was blij verrast. “Ik had zó de neiging om alles te vertellen”, zei hij. “Maar dit is eigenlijk precies wat het moet zijn.”
Interviewen is ook een vak
Goede interviewtechnieken zijn minstens zo belangrijk als goed kunnen schrijven. Een sterke tekst begint met nieuwsgierigheid: écht willen weten wat iemand bedoelt. Dat bereik je niet door meteen te denken aan de eindtekst, maar door open te luisteren – en door te vragen. “Kun je daar een voorbeeld van geven?” of “Wat betekent dat concreet voor jouw collega’s?” zijn simpele vragen die vaak verrassend veel opleveren.
Soms betekent vragen stellen ook: even je mond houden. Dat voelt misschien ongemakkelijk, maar juist in die paar seconden stilte komt vaak net dat ene zinnetje. Het zinnetje dat je verhaal maakt.
Of je stelt maar één vraag
Overigens kun je ook een hele tekst schrijven op basis van nauwelijks gestelde vragen. Zo had ik jaren geleden een interview met de Britse zanger Seal. Hij had net een nieuw album uitgebracht. Spotify bestond nog niet, dus ik had de cd in mijn auto gestopt om alvast te luisteren. Alleen … ik had mijn lichten aan laten staan. De accu was leeg. En toen iemand me kwam helpen met startkabels, blies hij per ongeluk mijn auto en daarmee mijn cd-speler op. Cd klem, er viel niks meer te luisteren.
In een dure Amsterdamse hotelkamer zat ik de volgende ochtend tegenover Seal, een man van dik 1 meter 90. Na een korte kennismaking besloot ik eerlijk te zijn over wat er gebeurd was. Fout. Seal werd woest. Wie ik wel niet dacht dat ik was. Ik had moeten liegen. Ik had zijn album moeten luisteren.
Ik stond met mijn 1 meter 84 ook op en zei dat zijn toon me niet beviel. We kregen een felle discussie. Uiteindelijk stelde ik de enige logische vraag: “Zeg het maar: gaan we door met dit interview of stoppen we?”
Seal zei niets. Maar alles aan hem schreeuwde: einde oefening.
Dus draaide ik me om, deed mijn notitieblok dicht en liep weg. Geen interview, geen verdere vragen – dus ook geen tekst? Niets bleek minder waar. Het werd een uitstekend artikel dat in bijna alle Nederlandse regionale kranten verscheen. Met daarin geen woord over wat er was gebeurd. Ik baseerde me op de vijf rustige minuten aan het begin, het album dat ik gelukkig later alsnog uit mijn cd-speler kreeg gepeuterd, en mijn verder gedegen voorbereiding.
Zijn reactie? Hij zette me op de zwarte lijst van Warner Bros.
Maar hé, het werd wél een goed verhaal.
Wil je zelf betere vragen stellen – en beter schrijven?
Wil je leren hoe je naar de kern gaat? Hoe je mensen interviewt zonder dat je vastloopt in details, jargon of halve boekwerken? Schrijfdokters leert je luisteren, filteren én vooral: durven kiezen. Want een goede tekst begint niet met schrijven – die begint met het stellen van de juiste vragen. Nieuwsgierig? Mail naar info@schrijfdokters.nl en we plannen een online kennismaking in. Kun je vrijblijvend al jouw vragen stellen! Lees ook meer over onze schrijftraining 'Interviewtechnieken voor betere teksten'.